Column

Het Tempoteam

De slagwerkers in ons HaFaBra-wereldje worden door veel dirigenten en orkesten als outsiders beschouwd. In het algemeen wordt gesteld dat deze sectie vaak een eigen leven leidt, weinig discipline heeft , bijna nooit studeert en bovendien veel lawaai maakt. Het instrumentarium drukt behoorlijk op de jaarlijkse begroting en er gaat veel kapot.

Het slagwerk heeft in de laatste dertig jaar een enorme vlucht gemaakt. Componisten schreven steeds nieuwe instrumenten voor. Grote trom, kleine trom en een paar bekkens kregen gezelschap van pauken, xylofoon, drumset, vibrafoon, buisklokken en een hele rits klein slagwerk. Op een marimba spelen met vier stokken was een nieuw fenomeen. Muziekscholen met hun slagwerkdocenten speelden hier goed op in, maar de orkesten, en met name de brassbands, bleven én blijven ver achter. De uitdaging van een slagwerkleerling om bij een amateur-orkest te spelen wordt daardoor veel minder en jongelui kiezen daarom veel vaker voor alleen de drumset.

Ziedaar de bekende vicieuze cirkel. De dirigent, die vaak veel te weinig afweet van het slagwerk, vindt al gauw de slagwerkpartijen te moeilijk en laat deze tijdens het repeteren links liggen of kiest een ander stuk. De slagwerker heeft daardoor vrijwel niets te doen en wordt “lui”. Slagwerkers krijgen vaak ook veel te weinig aandacht, laat staan dat ze gecorrigeerd worden of dat de dirigent omwille van het slagwerk een passage repeteert.

Tijdens concerten en concoursen zie je dan ook vaak dezelfde gezichten achter het slagwerk staan. Logisch, als dirigent is het toch veel gemakkelijker om de laatste twee repetities slagwerkers in te huren. Je kunt er dan vaak op aan dat het goed klinkt en je hoeft natuurlijk geen energie in het Tempoteam te steken. Blazers (b)lijken nog altijd veel belangrijker te zijn dan slagwerkers! Na het concert of concours wordt helaas geen enkele actie ondernomen om te investeren in de eigen (vaak jeugdige) slagwerker en blijft alles bij het oude tot het volgende optreden.

Contact met slagwerkdocenten, en niet alleen met de directie van de muziekschool, zou misschien veel kunnen oplossen. Het wordt immers de hoogste tijd dat dirigenten en besturen de slagwerksectie als volwaardige leden beschouwen. Anders lopen we de kans dat er helemaal geen slagwerkers meer achter onze orkesten staan.

  

Klaas van der Woude

Hoofdvakdocent HaFaBra Direktie, PCC Groningen